Woensdag 3 maart. Het weer was tijdens de nacht veranderd en er lag een verse laag sneeuw ‘s morgens.
Tijdig begaven we ons naar de start van de individuele wedstrijd, die voorzien was om 10h00 te Grau Roig. Door de veranderde condities en de slechte weersomstandigheden, waren we benieuwd wat ze in petto hadden voor ons.
Tijdens de technische briefing ter plaatse, werd alles verduidelijkt: het oorspronkelijke parcours, bestaande uit 4 beklimmingen met 2 draagpassages (met stijgijzers) en 4 afdalingen (een totaal van 1800 positieve hoogtemeters en evenveel negatieve hoogtemeters) werd ingekort tot 3 beklimmingen met 1 draagpassage (met stijgijzers) en 3 afdalingen (een totaal van 1520 positieve hoogtemeters en evenveel negatieve hoogtemeters).
De weergoden hadden voor een passende ambiance gezorgd: bewolkt en lichte sneeuwval. De zichtbaarheid was vooral beperkt in de hoger gelegen zones van Mont Malùs en Serraseca.
Nadat het parcours vrijgegeven werd, kon de wedstrijd van start gaan om 10h45. Er werd meteen aan een zeer hoog tempo gestegen. Ik bevond me in het peloton tussen de Canadese renners. De Brit en Bulgaar van de vertical race liepen ook in mijn buurt.
De aanloop naar Mont Malùs verliep door eenvoudig terrein zonder technische moeilijkheden. 3 Canadezen stegen aan hetzelfde tempo als mij.
Eens aan de voet van Mont Malùs begon het technischer te worden, de ene spitzenkehr na de andere in steil terrein. Hier kon ik wat voorsprong nemen op de Canadezen.
Op de top van Mont Malùs werden de stijgvellen van de ski’s genomen om aan de afdaling te beginnen.
De afdaling naar het Pessons-meer verliep vlot door zeer afwisselend terrein. In het begin door een steilere flank bezaaid met rotsen, gevolgd door enkele kommen om uiteindelijk langs een vlakker stuk met skating-passages naar het Pessons-meer te traverseren.
De 2e beklimming was terug richting Mont Malùs. De Bulgaar en de Brit zaten me op de hielen. Van de Canadezen geen spoor meer, hoewel ik vreesde dat ze het gat in de afdaling terug zouden dichten.
Ik wisselde vlot en kon samen met een Noor de wisselzone verlaten. Het eerste deel na de wisselzone bestond uit vlakke passages. De Noor had duidelijk een stevige technische langlauf-achtergrond. In de vlakke passages liep hij wat uit. Onder aanmoedigingen van Anouk bleef de afstand tot de Noor beperkt.
Aan de voet van Mont Malùs begon de ene spitzenkehr na de andere door steil terrein naar de top. Ik steeg vlotter in dit terrein en kon de Noor achter me laten. De Bulgaar volgde nog steeds op korte afstand.
Op de top van Mont Malùs gingen de vellen er vlot af en kon de afdaling naar Colells beginnen. In het begin steiler, smal terrein gevolgd door zeer brede kommen.
Aangemoedigd door Anouk, kon ik in de wisselzone vlot de vellen opkleven en snel aan de 3e en laatste beklimming beginnen, naar Serraseca. Door enkele kleine kommen stegen we, onder de rotswanden van Serraseca, naar een steile sneeuwcouloir.
Tijdens deze aanloop kon ik nog een Zweed inhalen en aan het begin van de steile sneeuwcouloir, waardoor de draagpassage verliep, kon ik vlot de stijgijzers aandoen en de ski’s op de rugzak hangen. Door deze vlotte handelingen, kon ik samen met een Zweed aan de draagpassage beginnen. Ik kon hem achter me laten en bouwde de afstand uit.
De afstand tot de Pool, die voor mij was in de steile sneeuwcouloir, werd steeds kleiner. Maar het gat was nog te groot om hem in te halen. Toen ik de wisselzone binnenkwam op Serraseca, begon hij juist aan de afdaling.
Ski’s van de rugzak halen en aandoen, de stijgijzers uitdoen en terug in de rugzak steken (dit alles zonder de rugzak uit te doen), de stijgvellen van de ski’s trekken en de afdaling naar de aankomst beginnen. De bovenbenen brandden, maar weldra zat de wedstrijd erop.
Na 02:02:42 en op de 62e plaats bereikte ik de aankomst.
Foto’s van de wedstrijd:
You must be logged in to post a comment.